Columns

In elke IROKO nieuwsbrief verschijnt een column die is geschreven door een expert in het werkveld van Werk en Inkomen. Ons inziens een extra impuls waarbij u als lezer een onafhankelijke opinie van een expert onder ogen krijgt. Een enkele keer levert een medewerker van IROKO een column. Voor meer columns zoals verschenen in voorgaande edities van de IROKO nieuwsbrief, zie archief.

Ombuigen en de onderkant van de arbeidsmarkt niet laten barsten.

Column verschenen in de IROKO-nieuwsbrief nummer 21, oktober 2010

Auteur: Harry Vogelaar, Algemeen directeur LANDER, regionaal SW bedrijf Rivierenland 

Het nieuw aan te treden kabinet wil de sociale werkvoorziening, de Wajong en de bijstand grondig reorganiseren om te komen tot één regeling voor de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’. Tegelijkertijd worden de bezuinigingen van bijna 160 miljoen op de sociale werkvoorziening, die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt, niet teruggedraaid.  Groepen met een psychische of fysieke beperking worden geacht naar vermogen aan de slag te gaan bij reguliere werkgevers. Voor bijstandsgerechtigden wordt een werkplicht ingevoerd. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt wordt het dus dringen geblazen. Om deze groepen daadwerkelijk perspectief te bieden is het een absolute voorwaarde dat werkgevers zich keihard committeren. Daarnaast zijn  SW bedrijven onmisbaar als specialist en bemiddelaar voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Een bezuiniging van 160 miljoen op een landelijk budget voor de sociale werkvoorziening  van 2.3 miljard lijkt ogenschijnlijk verdedigbaar. Het volledige budget aan Rijkssubsidie staat echter gelijk  aan 100 % van de loonsom van  90.000 mensen die werkzaam zijn met een SW indicatie. Er is destijds door de politiek bewust gekozen voor een CAO-loon en een volwaardige rechtspositie.  De SW bedrijven betalen die arbeidsvoorwaarden en kunnen er geen enkele wijziging in doorvoeren. De overige bedrijfsopbrengsten, die de bedrijven zelf genereren, zijn nodig om de begeleiding en organisatiekosten te betalen. Die eigen opbrengsten maken ongeveer 30 %  uit van de exploitatie. Bezuinigen is dus alleen mogelijk op begeleiding en bemiddeling. Een onmogelijke opdracht die de sector niet in staat zal stellen een breed gedeelde ambitie vorm te geven om een nieuw stelsel in te helpen richten. De overheid legt in toenemende mate druk op mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt om te participeren. Terecht, maar dan moet hen ook perspectief worden geboden.

Nu er concrete plannen liggen om over te gaan naar een nieuw stelsel voor de onderkant van de arbeidsmarkt is er reden om door te pakken. Knijp de SW sector niet zodanig financieel af dat de gewenste ontwikkeling niet doorgevoerd kan worden. Gooi het kind niet met het badwater weg. Er is een uitweg mogelijk door de taakstelling van de huidige SW bedrijven niet te verhogen. Hiermee worden de kosten als het ware gefixeerd.  De balans ‘aangegane verplichtingen’ (loonkosten zittende werknemers) en rijkssubsidie is dan niet verstoord.  Daarmee wordt bezuinigd, maar minder dan gepland. Nieuwe instroom vindt echter plaats in een nieuw stelsel, waarbij wachtenden voor de SW, jonggehandicapten en bijstandsgerechtigden een uniforme aanpak tegemoet kunnen zien.

Het nieuwe, versneld in te voeren, stelsel moet goedkoper kunnen uitpakken dan de totale som aan uitkeringen die nu aan mensen wordt betaald. Het aangeboorde vermogen wordt immers omgezet in een opbrengst. Voor mensen aan de onderkant houdt het bieden van perspectief ook in dat er zicht moet zijn op een regulier dienstverband met ten minste minimumloon. Subsidies zijn er om werkgevers te compenseren. Met een vrijblijvende rol voor werkgevers wordt het echter niets. Sectorale of op branche gerichte afspraken zijn nodig om werknemers met een afstand –naar vermogen- aan de slag te helpen. Deze inspanning moet zeker ook van overheden zelf worden verwacht.  De SW sector zal de handschoen zeker oppakken en laten zien dat haar rol als professionele bemiddelaar, ontwikkelaar en leer/werk infrastructuur voor de onderkant van de arbeidsmarkt hierbij van onschatbare waarde is.

Dit artikel is ook gepubliceerd in het blad Binnenlands Bestuur

Terug naar boven ↑

Sociale Zekerheid volgens Keynes

Column verschenen in de IROKO-nieuwsbrief nummer 18, juni 2009

Auteur: Henk Kool, Wethouder Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gemeente Den Haag

De aloude lessen van econoom Keynes doen in deze tijden van mondiale crisis weer opgeld. In de grote crisis van de vorige eeuw, de jaren dertig, propageerde hij een economisch beleid op basis van samenwerking tussen de overheid en de marktsector in plaats van laissez-faire. Een belangrijke les is dat de overheid anticyclisch moet handelen om grote conjuncturele schommelingen – recessie en oververhitting van de economie - tegen te gaan. Om het in gewonemensentaal te zeggen: bezuinigen in tijden van groei; uitgeven in tijden van krimp.

Ik pleit er voor om dit Keynesiaanse handelen ook toe te passen in de sociale zekerheid. Dat betekent dat we in goede tijden alles op alles moeten zetten om werklozen en mensen die moeilijk op de arbeidsmarkt terecht kunnen omdat ze bijvoorbeeld niet of nauwelijks zijn opgeleid, al heel lang aan de kant staan, de taal niet goed beheersen of gehandicapt zijn aan een reguliere baan te helpen. Er is dan minder reden om werkgevers met allerlei subsidies over de streep te trekken om deze mensen in dienst te nemen. In tijden van neergaande economie moeten we daarentegen juist gesubsidieerd werk scheppen.

Dat lijkt vloeken in de kerk. De Melkert- of ID-banen zijn sinds dit jaar overal verleden tijd. Er viel ook wel iets op deze banen aan te merken, want er was geen prikkel voor werkgever of werknemer om door te stromen. Dat leidt tot subsidieverslaving aan beide kanten. Maar ook tijdelijke gesubsidieerde banen zijn bij minister Donner van SZW niet erg populair. Donner vindt loonkostensubsidies alleen zinvol als die perspectief geven op reguliere arbeid.

Als we in de geest van Keynes aan de slag gaan, moeten we die harde voorwaarde juist laten varen. Het is nu zaak om snel te handelen. Al in de fase waarin ontslag dreigt voor werknemers, moeten we proberen in te grijpen. Gemeenten en UWV Werkbedrijf zijn het daarover eens. Maar daar hebben we wel geld voor nodig. We willen daarvoor de re-integratiemiddelen en –instrumenten, zoals loonkostensubsidies, gebruiken. Ook inzet van de O&O-fondsen om snel om-, her- en bijscholing te organiseren is daarbij nodig. Juist voor werknemers die nog niét in de uitkering zitten. Dat vergt dat de hoge muren die nu rond de budgetten zijn opgetrokken worden geslecht.

Bij het Keynesiaans handelen in deze tijden van crisis hoort ook dat de geplande bezuinigingen op de budgetten voor bijstandsuitkeringen op de helling gaan. Als we dat niet doen, krijgen de gemeenten wel een heel hoge prijs te betalen voor de gevolgen van de crisis. Want ondanks alle inspanningen die we blijven doen om mensen uit de uitkering aan het werk te krijgen, is de kans groot dat het aantal bijstandsgerechtigden de komende maanden gaat stijgen in plaats van dalen.

Natuurlijk besef ik dat overheidsgeld een schaars goed is. Maar ik wil van de gelegenheid gebruik maken om te wijzen op een financieringsbron, die het vorige kabinet voor de neus van de gemeenten heeft weggehaald en die nu niet meer goed benut wordt. Ik doel op het Europees Sociaal Fonds. In 2006 bedacht de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken dat geld uit dit fonds, bij uitstek bedoeld om werklozen aan het werk te helpen, vooral moest worden aangewend voor scholing van werknemers. Gemeenten konden immers met geld uit de WWB werklozen aan de slag helpen. Het resultaat is dat er nu geld op de plank blijft liggen. Mijn overtuiging is dat de huidige crisis ook kansen biedt. In dit geval de kans om in te zien dat deze beslissing onzalig was en zo snel mogelijk moet worden teruggedraaid! Zodat we vervolgens de daad kunnen voegen bij het woord van Keynes, ook, of misschien wel zeker, in de sociale zekerheid.

   

Terug naar boven ↑

Voor meer columns zoals verschenen in voorgaande edities van de IROKO-nieuwsbrief, zie archief.