Breed offensief voor werk voor mensen met een arbeidsbeperking

Breed offensief voor werk voor mensen met een arbeidsbeperking

Op 20 november 2018 heeft staatssecretaris Van Ark haar plannen om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen bekend gemaakt. Het is een verdere uitwerking van de voornemens die rond Prinsjesdag al bekend zijn gemaakt ter vervanging van het plan om het instrument loonkostensubsidie te vervangen door loondispensatie.

De meest opvallende punten uit de brief van 20 november zetten wij hieronder op een rij:

Vereenvoudiging loonkostensubsidie

Om het voor werkgevers makkelijker te maken om een medewerker met een arbeidsbeperking in dienst te nemen,  neemt het kabinet een aantal maatregelen om de inzet van het instrument loonkostensubsidie te vereenvoudigen. De belangrijkste zijn:

  • Eén landelijke loonwaardesystematiek: Op dit moment zijn er zes loonwaardesystematieken op de markt. Daarvan wordt er één gekozen.
  • Invoering van een landelijke kwaliteitsstandaard voor professionals die de loonwaardemeting uitvoeren.
  • Invoering van landelijk te gebruiken processen en formulieren voor loonwaarderapportage, de beschikking loonkostensubsidie en de termijn waarbinnen deze beschikbaar moeten zijn.

Passende inzet van jobcoaching

Het kabinet bereidt een wetswijziging voor waarmee in de Participatiewet wordt vastgelegd dan werkzoekenden en werkgevers de mogelijkheid krijgen om bij de gemeente een aanvraag te doen voor ondersteuning op maat die past bij de mogelijkheden en beperkingen van de betrokkene. Op deze manier wil het Kabinet stimuleren dat jobcoaching vaker en meer op maat wordt ingezet. De gemeente onderzoekt wat nodig is en bepaalt ook of de ondersteuning nodig is. De gemeenteraad bepaalt in een verordening het aanbod dat de gemeente aanbiedt voor de maatwerkvoorziening.

Verkenning aanpassing financieringssystematiek loonkostensubsidie

Het kabinet onderzoekt samen met gemeenten in hoeverre de verdeling van de middelen voor loonkostensubsidies meer gebaseerd kan worden op de realisatie van loonkostensubsidies. Deze verkenning loopt op dit moment.

Laagste loonschalen in cao’s

In 2014 zijn afspraken gemaakt met sociale partners over de realisatie van laagste loonschalen in Cao’s voor mensen die met loonkostensubsidies aan de slag gaan. Eind 2017 was in ongeveer de helft van de Cao’s een loonschaal op WML-niveau opgenomen. Het kabinet geeft de sociale partners tot 2020 de tijd om zelf afspraken hierover te maken. Wanneer in 2020 blijkt dat dit niet in alle Cao’s gelukt is, zal het Kabinet het artikel van de Participatiewet activeren waarmee alle werkgevers wettelijk de mogelijkheid krijgen om iemand die aangewezen is op een loonkostensubsidie aan te nemen in een loonschaal met 100% WML.

Van stok naar wortel bij het quotum

De staatssecretaris beschrijft in een aparte brief contouren om de quotumregeling te vereenvoudigen. Kern van het voorstel is dat wanneer de quotumregeling geactiveerd wordt aan alle werkgevers een ‘inclusiviteitsopslag’ wordt opgelegd. Werkgevers die banen voor de doelgroep Banenafspraak realiseren ontvangen een individuele bonus per gerealiseerde baan. Daarmee wordt een positieve prikkel gerealiseerd voor werkgevers die zich inspannen om banen te creëren voor mensen met een arbeidsbeperking.

Maximaal 130 euro bijverdiensten bij loonkostensubsidie

Een deel van de doelgroep in het doelgroepenregister is alleen in staat om parttime te werken. Om ook voor hen werken lonend te maken wil het kabinet een vrijlating van inkomsten uit arbeid naast de bijstandsuitkering mogelijk maken van 12 maanden voor de groep die parttime werkt met loonkostensubsidie. De gemeente kan vervolgens besluiten tot verlenging van deze vrijlating zolang de gemeente uitbreiding van uren voor de betrokkenen niet mogelijk acht. Dit maakt inkomsten mogelijk tot 130 euro per maand bovenop de bijstandsuitkering.

Simpel switchen in de participatieketen

Het kabinet gaat het makkelijker en veiliger maken voor mensen om mee te doen op het niveau dat voor hen het meest passend is en om daarin te switchen al naar gelang de beperking van de betrokkene toe- of afneemt. Het kabinet heeft hiervoor het project ‘Switchen in de Participatieketen’ gestart, waarin maatregelen worden voorbereid die dit beter mogelijk moeten maken. Mede in dat kader zullen ook de mogelijkheden voor Wajongers worden verruimd om de Wajonguitkering te laten herleven als hun beperking dusdanig verergert dat zij niet meer in staat zijn om te werken. Nu is die termijn 5 jaar, dat wordt verruimd tot de AOW-leeftijd.

Verbeteren van de matching tussen werkgevers en werkzoekenden

De brief van de staatssecretaris vermeldt verschillende maatregelen, projecten en financiële impulsen om de matching tussen werkgevers en werkzoekenden te verbeteren. De meeste van deze waren al in gang gezet. Het gaat dan onder andere om het programma Matchen op Werk, de extra impuls Perspectief op Werk en de extra impuls om baankansen te creëren voor leerlingen van het Vso/Pro. Voor landelijk opererende werkgevers komt er één gezamenlijk landelijk werkgeversservicepunt.

Beschut werk

Met betrekking tot beschut werk bevat de brief van de staatssecretaris weinig nieuwe plannen. Het Kabinet zet in op een verdere stimulering van beschut werk door kennis tussen gemeenten en tussen gemeenten en UWV te delen. Verder geeft de eerdergenoemde verruiming van herlevingstermijn Wajong kansen.

Duurzaamheid van banen

Naast de reeds eerder door de staatssecretaris aangekondigde maatregel om banen van werknemers die niet meer voldoen aan de doelgroepcriteria van de banenafspraak langer te laten meetellen (afschaffing van de T+2 regel) kondigt de staatssecretaris in haar brief de volgende actieplannen en verkenningen aan:

  • Een actieplan Technologie & Inclusie
  • Een verkenning van de wijze waarop de werkgevers- en werkzoekendendienstverlening is georganiseerd in de 35 arbeidsmarktregio’s
  • Een verkenning naar het gebruik van detacheringsfaciliteiten bij de uitvoering van de participatiewet.

Structureel Loonkostenvoordeel (LKV) voor doelgroep banenafspraak

Op dit moment is er een verschil in de fiscale tegemoetkoming die werkgevers kunnen ontvangen tussen de groep die via de Participatiewet bij werkgevers werkt met een loonkostensubsidie en de groep die vanuit de Wajong werk met loondispensatie. Voor de eerste groep loopt de fiscale tegemoetkoming via het Lage Inkomensvoordeel (LIV) en voor de tweede groep via het Loonkostenvoordeel (LKV). Een belangrijk verschil tussen beide regelingen is dat het LKV maar voor 3 jaar kan worden ontvangen. Deze tijdelijkheid vervalt in de kabinetsplannen. Daarmee ontstaat een gelijker speelveld voor de gehele doelgroep Banenafspraak.



Testimonials

"In onze multi culturele samenleving hebben wij dus vaak te maken met allochtone medelanders, waar je toch op een andere wijze mee moet communiceren en het vraagt andere omgangsvormen. IROKO heeft onze experts vaardigheden geleerd waar alle partijen baat bij hebben."
Rinus Opsteegh, Adjunct directeur CED Nomex en EMN Expertise

Gerelateerd actueel